Verlaine is een maandje met vakantie
update volgt begin augustus
« mei 2009 | Hoofdmenu | augustus 2009 »
De lucht wolkt grijs en grauw over het meer
Donderkoppen krullen dreigend
Het trekt van oost naar west
Het zoekt, het is op weg naar mij
Aan de rand van het water kniel ik neer
Mijn wereld is leeg, en zelfs de vogels
Zwijgen
Traag trekt het verder, de vroege nacht
Het geschuurde water geeft geen krimp
Het wacht, net als ik
Op een teken
Op een oordeel
Ik richt me op en hef de armen
Ik groet het geweld dat komen gaat
Als ik wat waard ben, blijf ik leven
Zo niet, dan zal ik sterven
Bladstil hangt de tuin te Babylon.
De lome middag loert op onweer,
toch zijn we nog buiten
adem van de lange wandel
en de trek die ons meesleept
in haar hongerstilling om meer.
Het duizelt me van de bekoornis
die ik met haar herontdekt heb.
Na al het wachten op slechts
een vermoeden van en dan dit
geruild krijgen tegen.
Ik check opnieuw de juiste stand
van de parasol, geef haar een blik van
er restten ons nog vele jaren zo,
samen oud en samen gezond.
Zij houdt lang mijn ogen vast,
er blinkt iets van opzij ~
ik zie hoe zij, bijna achteloos,
de liegplek op haar hand
kalmpjes voor mij verbergt.
De zon schijnt onbarmhartig
door het beginnend lichten.
Wolken - Ankers van Hannie Rouweler: eenvoud en toegankelijkheid het huis met kamers vol innerlijke bewogenheid!
Hannie Rouweler (1951) is een productieve dichteres: achttien gedichtenbundels tussen 1988 en 2009! Zij debuteerde met Regendruppels op het water. Haar werk wordt vertaald in het Engels, Pools, Spaans, Roemeens en Noors.
De voor de hand liggende vraag die je je daarbij stelt, luidt: “Is veelschrijverij een ziekte? Leidt veelschrijverij tot “egotisme” van het auteurschap? Of is het een soort van strijdlust in de pen?” Nergens heb ik de indruk dat Rouweler “te drijverig” wordt. (Ja, lezer, er bestaat zoiets als pathologische veelschrijverij.) Zij bouwt echter een gigantisch oeuvre op, waarbij zelfkritiek haar niet vreemd is. In ons (beperkt) taalgebied zijn er bovendien heel wat productieve schrijvers die een hoge kwaliteit halen. Zo ook Hannie Rouweler als dichteres.
Hannie Rouweler bakt geen (poëtische) lucht. Ik bedoel dat zij nooit, - in wat zij onderneemt, - de indruk wekt ijdelheid te combineren met een verwoestende drang tot zelfbevestiging. Bovendien vind ik, - als auteur, - dat werken aan je ego geen schande is of iets waar je je voor moet schamen. Rouweler verwart kwaliteit niet met kwantiteit, zij vulgariseert of overwaardeert het geschrevene niet. Zij blijft oorspronkelijke, betekenisvolle poëzie schrijven. Dat ze hierbij haar eigen domein afbakent, kan niemand haar kwalijk nemen.
Deze overwegingen moesten mij eerst van het hart vooraleer ik haar recente gedichtenbundel recenseer.
De meeste van haar gedichten, - ook hier in Wolken - Ankers, - verwijst naar de dagelijkse realiteit. De wereld van het concrete heeft echter altijd een dualistisch aspect. Eenvoud siert haar stijl, zowel in zegging, beeldspraak en syntaxis merk je diezelfde eenvoud, eenvoud die zij hanteert als een lokmiddel, om de lezer in het gedicht te lokken.
Meestal zwengelt zij een gedicht aan door een waarneming, zoals: Ik fiets weg van alles (blz. 7), of Nagels gelakt (blz. 19), of Een druppel glijdt van boven (blz. 23), of Vlinders, ze raken de lucht (blz. 24). Haast argeloos bouwt zij haar gedicht op.
Eenmaal je haar werkwijze door hebt, ervaar je hoe zij over de contouren van het gewone dieper in zichzelf doordringt, hoe zij onthecht geraakt van het dagelijkse. In de betere gedichten slaagt zij erin het algemene en het bijzondere te doen samenvallen. Ik fiets mij een ongeluk naar dat ene geluk (blz. 7), of elke beeldspraak/die uitdeint als lange golven op een kalme zee/naar een onbegrensde aanwezigheid/van tijd, weemoed (blz. 22), of Niets houdt een dichter tegen die/verder moet dan zijn eigen woorden (blz. 31).
Hoewel haar gedichten (bij een eerste lezing) rust uitstralen, is dit maar schijn: Alleen voor jou ruil ik alles in. Alles (blz. 19), of Bij tweelingen vlinders kun je nooit zien/hoeveel gebroken vleugels zij meedragen (blz. 24).
Ik probeerde alle sleutels op alle deuren tot ik binnenkon in elk gedicht. Ik wilde Rouweler’s poëtische aders blootleggen, om beter te begrijpen wat haar in Wolken - Ankers dreef, wat haar emotioneerde, wat haar blij of bang maakte. Zoeken naar de motieven waarom zij gedichten schrijft. Hoewel de eenvoud van haar verwoording mij hoopvol stemde, moest ik toch moeite doen om achter deze schijnbare rust aanzetten te vinden van spanningen, onverwerkte gevoelens, gewaarwordingen, emoties, frustraties uit het verleden die zich hebben vastgebeten, onzekerheid voor de toekomst.
Eén van de mooiste gedichten in de bundel is:
Nieuwe dag
Nagels gelakt. Het randje aarde van
een tuin waar ik lang in stond te wieden
verwijderd. Nagels gevijld, geknipt.
Ringen verwisseld. Praag en Antwerpen
eraan. Hoge hakjes. Donkerrood. Kleur
van rozen en wijn. Wijngaarden met
druiven voor de pluk, om op te rapen.
Toen naar de kapper gerend, haar geverfd.
Witte jurk. Smalle zoom rondtollend
in cirkels van koude dagen.
Het Noorden van me afgeschud.
IJs begraven op de bodem van de zee.
Zichtbare lijnen in mijn huid bedriegen
spiegels niet maar het ochtendlicht straalt
in mijn ogen alleen voor jou, voor jou.
Alleen voor jou ruil ik alles in. Alles.
(blz. 19)
In Wolken - Ankers voel ik afscheid, angst voor het onbekende, voorzichtige verwachtingen, drang naar (nieuwe) vrijheid, (nieuwe) gebondenheid, tijdsbesef, (nieuwe) liefde. Ook in de gedichten die zij opdraagt aan collega-auteurs en/of vrienden schuilt achter de werkelijkheid van de ontmoeting of het voorval haar (immense) behoefte om te communiceren, om interactief te zijn, om een (deugddoende) babbel te doen over wat haar (be)roert. Bij schilderijen van Roger Raveel tekent zij poëzie, beeldt zij de woorden uit in beweging en volume, in ruimte en licht. Je voelt dat zij ook een sterk plastisch vermogen bezit:
I Beweging en Volume
Altijd die rug, een achterkant waarop
slechts enkele woorden passen.
Steeds minder omvang, het gezicht bedekt
alsof jij het niet bent.
Iemand ontmoet iemand
en niemand zegt wie.
En uit al die kleuren en vormen gaat de reis
terug naar wit. Wit stilleven in omlijsting.
(blz. 28)
Ook haar worsteling met taal, haar taalzorg, veeleer taalbekommernis, valt op, hoewel Rouweler de lezer ook durft aan te moedigen om mee te doen (interactie, weet je nog?): Ik zal woorden uitspreken die jij niet verstaat (blz. 13), of Ik keek uit/naar wie zich als dichter voortbewoog, (blz. 31), of Ik ken je en ik ken je niet (blz.33).
Lees hieronder een meesterlijk gedicht over taal, taalattitude, taalbehandeling en –beheersing. Ik wou dat ik het geschreven had!
Taal stond bij mijn deur
De taal stond als een lekke band
aan de voordeur
hij wilde niet. Ik nodigde hem uit
om binnen te komen. Komt u maar!
riep ik vanuit de donkere gang.
Woorden zijn welkom. Een woord
kan er altijd nog bij. Hij aarzelde, keek
om zich heen als een dief die waardevolle
dingen zoekt. Zijn oog viel op een schilderij,
de lijnen rond de hals van een meisjesportret, .
ach, zo jong ben ik allang niet meer. Ik lijk
steeds meer op een landschap, een rij bomen,
lage horizon. Wolken boven donker water.
In zwarte spiegels zie ik mezelf niet eens.
De taal bleef buiten staan en ik sloot de deur.
De kamers waren wit en ik stil van dit geluk.
(blz. 17)
Hannie Rouweler schrijft toegankelijke poëzie. Haar gedichten zijn niet gesloten (blijven niet gesloten), het zijn geen maaksels, ze hebben hart en ziel. De wijze waarop zij haar gedichten spannend houdt, iets verbergt, - er staat niet altijd wat er staat, - gebeurt zo omzichtig, met zoveel schroom dat je niet eens merkt dat zij jou accapareert. Dit is kunst!
Er is een polysemantisch duiding die de broosheid van haar poëzie niet verstoort, de dichteres gaat verder dan het verhaaltje of de eenvoudige waarneming, zij laat de lezer binnen in het verhaal van haar leven. De lezer mag zich echter niet tevreden stellen met wat hij/zij leest: “er is meer tussen de dichter en hem/haar”!
Thierry Deleu
Hannie Rouweler, Wolken - Ankers, uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden (Nl), www.hoenderbosch.nl, ISBN 978-90-75220-25-4
Laatste reacties